Zaanse Geluiden

Posts Tagged "economische ontwikkeling"

Week Economische ontwikkeling – 9 t/m 13 april 2018

De economie groeit. Toch zijn er ook signalen dat niet iedereen van die groei profiteert en dat het gebruik van grondstoffen om die groei te realiseren de planeet uitput. Dit is voor de Britse econoom Kate Raworth de aanleiding geweest om te pleiten voor een andere economie.

Zij presenteert een andere wijze van waarderen van economische ontwikkeling.

Eentje die voor ieder mens een sociale basis biedt en die de ecologische grenzen van de aarde respecteert. Ze legde haar pleidooi vast in haar boek, de Donuteconomie. Maar wat betekent de Donuteconomie voor Zaanstad? Welke taal moeten we samen leren spreken om van de lokale economie een Donuteconomie te maken? Die vraag is de basis voor het programma ‘Gezonde economische ontwikkeling’ tijdens Zaanse geluiden.

In de programma-onderdelen van de week hebben we vanuit het perspectief van de verschillende spelers in de donut – huishoudens, bedrijven, overheid, gemeenschapsbezit (meent) – belicht wat gezonde economische ontwikkeling zou kunnen inhouden.

Verslag Een nieuwe economie? Een Donuteconomie! – 9 april 2018

Verslag Social Impact Bond voor ’t Lokaal – 11 april 2018

Verslag Donut-economie in de wijk: koken, eten, weten – 12 april 2018

Verslag Krijg je er als bedrijventerrein opeens bewoners bij! – 13 april 2018

In gesprek met Zaanstad

 

 

Week Economische ontwikkeling – 9 t/m 13 april 2018

Verslag Social Impact Bond voor ’t Lokaal – 11 april 2018

Als we het over een gezonde economische ontwikkeling hebben kunnen we ’t Lokaal op het bedrijventerrein Noorderveld/Molletjesveer als een sprankelend voorbeeld noemen. Onder bezielende leiding van Dick Dekker, voorzitter van de bedrijvenvereniging zijn ze daar bezig om als bedrijventerrein de WOZ-waarden te waarborgen. En WOZ staat hier voor werken, onderwijs en zorg. Het is een zoektocht naar nieuwe manieren van samenwerken en het ontwikkelen van bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld als  community of een  academie waar je een leven lang kunt leren. Centraal staat het menselijk kapitaal. ’t Lokaal is het centrum van dit streven, de plek waar het in de praktijk wordt gebracht. Hier doen stagiaires onderzoek, nu nog voornamelijk voor ’t Lokaal zelf, maar binnenkort in opdracht van de hier gevestigde bedrijven. Zo onderzoekt Sander Keeman welk verdienmodel past bij dit initiatief. En hoe je over drie jaar 80 % van de bedrijven van het terrein hierbij betrokken heb

’t Belang

Hoewel het belang van sociale en duurzame initiatieven duidelijk is, blijft het vaak lastig om startkapitaal te genereren. Het idee van ’t Lokaal is te mooi en te sterk om steeds met de pet voor rond te moeten gaan. Vandaar ook dat we vandaag gaan kijken hoe  ’t Lokaal hiermee verder geholpen kan worden. Het creëren van (maatschappelijke) waarde, zoals hier gebeurt, wil nog niet meteen zeggen dat je een verdienmodel hebt. Vandaag waren mensen vanuit het bedrijfsleven, onderwijs, overheid, bankwezen en maatschappelijke organisaties aanwezig om samen hun ‘hoofd te gebruiken om ’t Lokaal verder te krijgen’ zoals Sabine Gietema van Platform 31 het aangaf.  Maar de betrokkenheid van alle aanwezigen gaf ook aan dat men op meer manieren verbonden is dan alleen het hoofd.

’t Model

Een van de vragen van deze dag was of het idee van een Social Impact Bond toepasbaar is. Dit is in het kort een constructie voor sociale ondernemers om een verdienmodel te creëren. Het gaat er van uit dat de door hen geleverde diensten aanzienlijke besparingen opleveren voor de gemeente. Als er nu een groep investeerders is die graag maatschappelijk verantwoord wil investeren zal de gemeente garant staan dat ze hun investering terug verdienen. In dit model is de waardecreatie dus vooral de besparingen die wij als samenleving maken. Vandaar ook dat van de twaalf Social Impact Bonds die al actief zijn in Nederland de meeste over mensen aan het werk helpen gaan. De besparing op uitkeringen die dit oplevert is direct meetbaar.

En dat is dan ook meteen het grote struikelblok. Vast staat dat als je waarde creëert dat dit ook je verdienmodel zal zijn. Maar hoe bereken je die waarde?

’t Begin

Om dat voor ’t Lokaal te weten te komen moeten we eerst kijken wat het eigenlijk levert. Dat blijken voorlopig drie pijlers te zijn:

  • Het opstarten van een stagebureau
  • Het samenstellen van een databank
  • Het creëren van een platform voor samenwerking en projecten

Het zijn deze drie dingen die vandaag onder de loep worden genomen. Wat is het doel? Wat levert het op en voor wie?

‘t Stagebureau

Het stagebureau is de eerste pijler die is opgezet. Stagiaires doen onderzoek, hierdoor verkrijgt men data, hieruit kun je conclusies trekken. Door hier een project van te maken, levert dat niet alleen nieuwe inzichten op maar ook nieuwe vragen en die kunnen weer aan het stagebureau worden gesteld. Ook dit is dus een vorm van circulaire economie.

Dat dit waarde heeft voor het onderwijs is meteen duidelijk, Tineke Alberts van het Trias brengt ze in kaart. Zo noemt ze, naast vele andere dingen, niet alleen de uitbreiding van het aantal stages, maar ook de meerwaarde van meerdere stages op één plek, en midden in de wereld. Lodewijk Kleijn van de gemeente beaamt dat door te zeggen dat omdat leerlingen hier een realistischer beeld van de arbeidsmarkt krijgen, er minder uitval ontstaat. Het levert ook stages op die boeiend en afwisselend zijn. Ook voor docenten maakt het lesgeven interessanter. Voor werknemers van dit bedrijventerrein is dit weer een mogelijkheid om een ‘tweede leven’ als gastdocent aan te gaan. Zoals Olivier Rijcken het verwoordt: ‘Middelbaar onderwijs moet de plek zijn waar jij je talent kunt ontdekken en waar kan dat beter dan hier, midden in de praktijk?’

Voor de gemeente is de onderzoekscapaciteit voor maatschappelijke vraagstukken die hier ontstaat een meerwaarde. Ook voor ondernemers, die soms gewoon geen tijd hebben om ‘outside the box’ te denken geldt dit. Jeugd kijkt anders naar de zaken en juist die blik hebben we hard nodig. Wat voor bedrijven belangrijk is, is dat er wel een continuïteit inzit.

Tineke Alberts vertelt een verhaal dat mooi illustreert wat de ‘magie’ van ’t Lokaal is. Ze trok met 21 leerlingen naar ’t Lokaal. Op de vraag of ze dit bedrijventerrein kenden was er één die dat kon beamen. De anderen reageerden in de trant van: hier zit de gamma, toch? Maar na deze dag deden ze opeens alsof ze hier al vaak waren geweest. Dat kwam omdat ze thuis hoorden wie er allemaal hier werkten. Opeens werd de waarde van het bedrijventerrein voor hen duidelijk. En de mensen die hier werkten voelden zich gezien. Er ontstond verbinding. En verbinding geeft maatschappelijke meerwaarde.

‘t Databank

Het belang van een databank is tweeledig. Allereerst is het noodzakelijk in kaart te brengen wat er allemaal hier aanwezig is. Zoals David Kooi, vanuit de gemeente al ruim een jaar betrokken bij ’t Lokaal, aangeeft: alsof je een foto maakt. Hierdoor kun je bijvoorbeeld collectief een aantal dingen beter regelen. Het geeft een duidelijke focus zodat je betere keuzes kunt maken.

Het tweede is eigenlijk veel belangrijker: het brengt behoeften in kaart. Want daar kun je het stagebureau bij inschakelen. En waar behoefte is, is vraag en waar vraag is, is aanbod mogelijk. En als je iets kunt aanbieden waar behoefte aan is heb je een verdienmodel.

Door zoveel mogelijk gegevens te verzamelen kun je ook een betere match gaan maken tussen stage en bedrijf. Een databank op zich is ook geld waard. Bijvoorbeeld voor de gemeente. Het kan een manier zijn om de vinger aan de pols te houden.
Van belang is het om de gegevens actueel te houden en daar gaat het meeste werk in zitten.  Als je de autoindustrie in wilt en je gebruikt oude gegevens ga je misschien wel investeren in het bouwen van dieselmotoren, zoals Peter Wieringa dit illustreert. Dick Dekker geeft aan dat het hier vooral gaat om kennis te behouden en overdraagbaar te maken.

‘t Platform

’t Lokaal wil ook een platform zijn voor projecten en evenementen voor zowel onderwijs, de bedrijven zelf, de gemeente en de gemeenschap. Door het gebruik van een horizontale agenda kan duidelijk worden wat hier gebeurt. Zo vinden al bedrijfssafari’s (voor studenten) en de vrijdagmiddagborrel plaats. Projecten kunnen weer heel goed stageklussen zijn.

Er was een korte zoektocht naar de vorm van dit platform. Eerst werd geopperd dat dit een metalen vierkant gevaarte was waar men op kon staan om iets te brengen of te halen. Het zou dan eerder rond moeten zijn, bedacht men toen, om via een ovaal uit te komen op een vliegwiel. Het brengt krachten samen en zwengelt ze aan. Een bindmiddel, een plek waar alles, of liever gezegd, iedereen samenkomt. Een plek waar stages en startups zich kunnen ontwikkelen. Het is je zichtbaarheid en tegelijkertijd een motor voor vooruitgang. Zeker omdat je hier maatschappelijke opgaven kunt delen met partners in de stad.

Al deze ontwikkelingen vallen of staan met elkaar kunnen verstaan. Vandaar dat Lodewijk Kleijn het liever de steen van Rosetta noemt, omdat we allemaal hetzelfde willen, maar vaak een hele andere taal spreken. Een soort vertaalcomputer dus. Die menselijk kapitaal in de vorm van kennis en kunde in kaart brengt, behoudt en overdraagbaar maakt.

’t Vervolg.

Het is al begonnen. Alle dingen die hier opgenoemd worden zijn er al. Soms nog in de kern, maar vaak ook al in volle ontwikkeling. Aan de aanwezigen werd gevraagd wat zij zouden kunnen bijdragen. De meeste mensen willen zeker tijd en energie steken in dit prachtige initiatief. Het aanboren van je netwerk en verbindingen tot stand brengen wordt veel genoemd. En: kennis delen of genereren, als een soort ambassadeur het gedachtegoed uitdragen, en meewerken aan de zichtbaarheid. Wat opvalt is dat mensen vooral kansen zien om vanuit hun eigen expertise of netwerk ’t Lokaal verder te kunnen brengen of de verbinding aan te gaan.
Dick Dekker gaf aan dat hij  ’t Lokaal drie jaar de tijd geeft om het framewerk te ontwikkelen en vanaf nu vijf jaar om het overdraagbaar te maken. Dus deze denk- en doekracht is nodig, zodat we niet alleen ’t Lokaal, het bedrijventerrein, maar heel Zaanstad naar een hoger plan kunnen brengen.

Hebben wij nu ’t Verdienmodel gevonden? We hebben de waardecreatie die hier plaats vindt duidelijk in kaart gebracht. De eerste contouren van het financiële fundament zijn zichtbaar geworden. Maar deze versnellingssessie heeft ook voelbaar gemaakt dat dit initiatief van vele kanten wordt omarmd. Bij velen leeft het gevoel dat wij hier echt aan het pionieren zijn. En het model wat wij hier ontwikkelen zou wel eens over vijftien jaar de norm kunnen zijn .

En als dat zo is dan, mag ’t Lokaal en dit bedrijventerrein worden genoemd als de plek, als de eerste community, als de academie, als het platform waar het als eerste gebeurde. Dan was ’t Lokaal inderdaad die steen van Rosetta die onze samenleving een gemeenschappelijke taal gaf en zo voor de verbinding zorgde.

Als er sprake is van een gezonde economische ontwikkeling, dan gaat die zeker hier gebeuren.

 

 

Verslag Een nieuwe economie? Een Donuteconomie! – 9 april 2018

Verslag Donut-economie in de wijk: koken, eten, weten – 12 april 2018

Verslag Krijg je er als bedrijventerrein opeens bewoners bij! – 13 april 2018

Economische ontwikkeling

Verslag Social Impact Bond voor ’t Lokaal – 11 april 2018

Verslag Donut-economie in de wijk: koken, eten, weten – 12 april 2018

De Gouw is bepaald geen wilde rivier. Een kabbelend water waaraan de wijk Hoornseveld/Peldersveld ligt. En als een soort kloppend hart staat daar een Kleurrijk gebouw. Dat is waar Zaanse Geluiden samen met Urbanos neerstreek om met de bewoners na te denken over hoe je de donut-economie op wijkniveau kunt vormgeven.
Nadenken op een lege maag werkt niet dus eerst hadden we samen een maaltijd. Geen Donuts dit keer, maar wraps. Voor iedereen één vegetarische en één met rundvlees. Die keuze was niet zomaar gedaan. Camila Pinzon en Pepijn Verpalen van Urbanos hadden een aantal workshops voorbereidt en de eerste was bedoeld om mensen bewust te maken waar eten vandaan komt, en wat er met de resten gebeurd. Wat krijg je als wijk zoal op je bordje?

Is wat je eet of koopt van invloed op je ecologische voetafdruk?

Heel simpel gezegd is jouw ecologische voetafdruk de hoeveelheid oppervlak aarde dat nodig is om een product te produceren en dat op jouw bordje of in jouw huis te krijgen. Maakt het verschil als je ingeblikte zwarte bonen uit Canada haalt of bruine bonen in een potje uit Zeeland. Hoeveel impact heeft wel, geen of weinig vlees eten? Oftewel: eet je heel veel aarde op, of juist een klein beetje?

In drie groepen bogen wij ons hierover en elke groep kwam met dezelfde conclusie. Vlees eten zorgt zeker voor de helft meer voetafdruk. Daarbij is eten met meer groente een stuk goedkoper en dat is ook een interessant gegeven. En wat je van ver haalt is lekker maar maakt meteen die voetafdruk een stuk groter. Als de hele wereldbevolking zich zou gedragen als de Nederlanders zouden we al snel 3 1/2 keer de Aarde aan het opeten zijn.

Zeker een te grote vleesconsumptie is de boosdoener, en daarom oppert iemand in de zaal dat we massaal moeten overschakelen op insecten. Een ander hoopt dat nieuwe methodes zullen zorgen voor een betere balans. Maar kun je nu als wijk hier ook het verschil maken? Maar we moeten het dan ook hebben over verpakkingen en de restjes. Omdat Kleurrijk niet kan beschikken over een groene bak wordt in ieder geval besloten dat Pia van Kleef, vanuit de gemeente betrokken bij Zaanse Geluiden, de etensresten mee neemt naar haar composthoop. Pia’s hoop wordt daardoor de running gag van de avond, maar uiteindelijk vertrekt zij op het eind inderdaad met de zak etensresten in haar hand. Dat wordt weer voeding voor haar tuin.

 

Wat komt er de wijk in en wat gaat er uit?

Wat gebeurt er met het verpakkingsmateriaal? Wat gebeurt er met al het afval? Ze hebben hier al de EHBO-app, eerste hulp bij opruimen, maar daarmee lijkt het probleem van rondzwervend huisafval in deze buurt alleen maar meer in kaart te worden gebracht. Maar is dat dan misschien het begin van een circulaire wijk?

Door circulaire economie toe te passen kun je binnen de donut blijven. Zoals ons kleine marktonderzoek van woensdag 11 april duidelijk heeft gemaakt is het idee van de Donut nog voor veel mensen onbekend. Maar na kleine verduidelijking snapt eigenlijk iedereen het idee wel. Toch blijft het een uitdaging om mensen, zoals bijvoorbeeld hier in Kleurrijk, op zo eenvoudig mogelijke wijze duidelijk te maken wat er mee bedoeld wordt.

Ik hoorde hier dan ook de meest basale uitleg over wat donuteconomie inhoudt; we kunnen niet meer eten dan er aarde is (denk aan de voetafdruk), maar moeten wel zorgen dat iedereen genoeg te eten heeft. De donut in een notendop. Het idee van de Donut wordt hier goed begrepen, en dat komt niet alleen omdat wijkmanager Samuel Kaspers het begrip al de hele middag loopt te roepen.

Maar als circulaire processen één van de manieren is die ons gaat helpen binnen de donut te blijven, hoe werkt dat dan op wijkniveau?

Daarvoor moet je eerst inzicht krijgen in de goederenstroom door de wijk.  Wat komt er aan goederen jouw huis binnen en hoe gaat dat wat overblijft er weer uit. Nadat we daarmee aan de gang zijn gegaan hebben we een korte pauze met koffie, thee en chocolade van Chocolatemakers. De fairtrade cacaobonen worden met een zeilschip uit Congo gehaald, de bonen worden vervolgens met een colonne bakfietsen vervoerd (en later worden de repen op dezelfde manier gedistribueerd, zelfs naar Duitsland), het product wordt in papier verpakt en de snippers die over blijven worden (wederom per fiets) naar een bedrijf gebracht die daar weer thee van maakt. Een lekker voorbeeld van hoe je de impact van een product op de aarde kunt minimaliseren. Oftewel; het profiel van een fiets is een stuk smaller dan een voetafdruk.

Voor je kunt kijken wat je met circulariteit kunt doen, moet je eigenlijk weten wat de sterke punten zijn van de wijk en wat de talenten zijn van de mensen die er in wonen. Dus vragen we eerst de mensen wat ze zo fijn aan hun wijk vinden. Wat ze noemen is met name dat de wijk groen en ruim is, dat de voorzieningen goed zijn, men dicht bij alles is en dat deze zowel multicultureel (niet voor niets Kleurrijk) is als dat er veel saamhorigheid is. Kleurrijk als plek komt ook veelvuldig voor. Dit is ook bij uitstek een plek waar die saamhorigheid zichtbaar wordt. En de humor ligt hier op straat, wat ook niet onbelangrijk is.

Morgen beginnen

We gaan dan ook meteen vrolijk door met het in kaart brengen van de talenten van de aanwezigen, want de talenten van mensen maken de wijk. Ook hiervan is Kleurrijk een, euh… kleurrijk voorbeeld. En kun je die talenten koppelen aan die goederenstroom, want als je die bij elkaar optelt krijg je misschien wel die circulaire wijk. Het gaat hierbij in wezen om nieuwe kansen voor zowel spullen, mensen als ruimte die anders niet gebruikt worden. De vraag hierbij is ook: waar kun je morgen al mee beginnen?

Er ontstaan gaandeweg drie ideeën waar buurtbewoners zich voor willen inzetten. Zo gaan Kleurrijk en de Meerpaal onder de noemer Meer Kleur samen kijken of spullen uit de afvalstroom kunnen filteren waarvan kunstzinnige buurtbewoners dingen kunnen maken. Ook gaan ze kijken hoe ze elkaar kunnen versterken en of ze eventueel samen het wijkonderhoud beter kunnen regelen. Een nieuwe kans voor spullen.

Een andere bewoner wil een gameschool opstarten. De saamhorigheid van de wijk komt meteen tot uiting omdat een andere buurtbewoner meteen aanbiedt een paar dingen te gaan regelen waar hij zelf moeite mee heeft. Eigenlijk een nieuwe kans voor mensen.

En ruimte krijgt ook een nieuwe kans. Voor een braakliggend terrein willen ze van hout uit de wijk picknicktafels gaan bouwen en met snippers paden aanleggen. Een leuke waterpartij of een kinderspeelplaats zou kunnen komen. Als iemand aangeeft dat de grond te drassig daarvoor is bedenkt men spontaan dat het ook een waterspeelplaats kan worden. Iemand had inderdaad genoemd dat de oplossingsgerichtheid van mensen ook zo fijn was aan deze wijk.  Er wordt ook gedacht aan dolers of donuts, of misschien toch lijnen maken die geïnspireerd zijn op de gekleurde lijnen zoals ze in sporthal de Vang te zien waren, die de verschillende speelvelden duidelijk maken. Er is zelfs iemand die de lijnen trekt op het veld van de Zilvermeeuwen, en die wil dat talent hier zeker voor inzetten.

Drie ideeën die meteen voor een circulaire wijk zullen zorgen, maar het moet ergens beginnen en het begint uiteindelijk altijd bij mensen die kansen zien, voor elkaar, voor spullen en voor ruimte.  Deze wijk is daar een kleurrijk voorbeeld van.

 

Verslag Een nieuwe economie? Een Donuteconomie! – 9 april 2018

Verslag Social Impact Bond voor ’t Lokaal – 11 april 2018

Verslag Krijg je er als bedrijventerrein opeens bewoners bij! – 13 april 2018

Economische ontwikkeling

Verslag Donut-economie in de wijk: koken, eten, weten – 12 april 2018

Verslag Krijg je er als bedrijventerrein opeens bewoners bij! – 13 april 2018

Het Hembrugterrein is misschien wel de beste plek om te onderzoeken hoe de woon/werkstad die Zaanstad wil zijn in de eenentwintigste eeuw gestalte zal krijgen. Ook de plek waar een gezonde economische ontwikkeling en de circulaire economie vorm kunnen krijgen. Vandaar dat we als Zaanse Geluiden hier met een groep stakeholders en geïnteresseerden bijeen kwamen om te kijken wat daarbij belangrijk bij is.

Het was een bont gezelschap van mensen die betrokken zijn bij gemeentebeleid, ondernemers die vaak ook opvallend maatschappelijk betrokken zijn en mensen die actief zijn met bewonersinitiatieven. Ook degene die het terrein gaan ontwikkelen waren vertegenwoordigd. Een diverse groep die ook een breed spectrum aan Zaanse geluiden liet horen, die ook weer verrassend dicht bij elkaar bleken te liggen.

Do & Donuts

Rob Smits begon met een korte uitleg over de donut-economie, de rode draad van deze week. Zoals Martijn van der Hout (als architect één van de medekopers van één van de gebouwen hier) het uittekende, zijn bedrijven vaker met zaken die bij de ecologische bovengrens horen bezig. Terwijl bewoners vaak veel meer bezig zijn met die sociale ondergrens. Om binnen de donut te blijven moeten beide elkaar ontmoeten in het midden. En waar zou zoiets beter kunnen dan op het Hembrugterrein waar men bedrijven en bewoners, werken en wonen wil laten samengaan.

Voor deze sessie hebben wij drie scenario’s bekeken. Maar om de voor de hand liggende oplossingen te vermijden haalde Febe Otten een klein experiment met ons uit. Ze liet een foto zien van een biggetje in een zwembad en vroeg ons op de vraag wat wij daar zagen een fout antwoord te geven. Daarna een foto van een bekend persoon. De antwoorden lagen vaak in de lijn van het getoonde. Bij het varkentje werden voornamelijk dieren genoemd, bij de bekende Nederlander vooral mensen. Oftewel: we denken vaak in oplossingen die in de lijn liggen van de oude situatie. En daar moeten we juist vanaf.

Cappuccino en donuts

Men zag veel voordelen in de combinatie wonen en werken. De vergelijking van cappuccino werd veelvuldig gemaakt. Melk en koffie zijn twee hele andere zaken maar samen maken ze weer iets nieuws. Zeker als je daar een donut bij eet.

Hoewel water bij de wijn weer wat anders is, ligt de uitdaging erin dat beide partijen oog hebben voor elkaars belangen. En dat moeten ze vooral zelf regelen. Dat kun je niet van bovenaf opleggen. Dus minder beleid en regels maar wel een duidelijke visie, misschien wel vastgelegd in een programma van eisen of wederzijde intentieverklaringen.

Helemaal mooi is het als bewoners ook hier werken, of als hier senioren komen te wonen die met hun kennis kunnen bijdragen aan de bedrijvigheid alhier. Kennis behouden door oog te hebben voor menselijk kapitaal. Diversiteit in zowel woningen als bedrijven is wenselijk. Beide profiteren van de voorzieningen die voor beide groepen nodig zijn.

Etensgeurtjes

Het is duidelijk dat het Hembrugterrein eigenlijk alleen maar kan gaan werken met een dergelijke aanpak: een duidelijke, gezamenlijke visie van te voren en daarna het experiment aangaan. Minder beleid, meer dialoog.

Maar hoe gaat dat dan uitpakken? Vandaar dat we drie scenario’s hadden bedacht die uitgingen van dit gebied rond 2030. Één waar het experiment (misschien een beetje te) goed is gelukt, één waar rechtszaken zich opstapelen en de derde daar ergens tussenin. Veel van wat net beschreven is kwam terug in de oplossingen die mensen bedachten. Aanvullingen waren bijvoorbeeld dat je in het voortraject ook naar de mobiliteit en de milieucontouren moet kijken. Dus neem die op in je visie.

Dit is ook het gebied waar Amsterdam en Zaanstad in elkaar overvloeien. Hier worden we een beetje Amsterdammers, maar we blijven ontegenzeggelijk Zaans. Waar elders is de combinatie van wonen en werken van oudsher al op eigenzinnige wijze tot stand gekomen? En hoeveel tolerantie was er daardoor voor de daar bijbehoren geurtjes. Nergens stonk het lekkerder dan aan de Zaan, omdat je er zelf werkte.

Dat het mag smaken

Iedereen was het er wel over eens: laat de bewoners en bedrijven op een gelijkwaardige basis de ontwikkeling bepalen, neem als overheid een stapje terug. Geen subsidies die afhankelijk maken maar hier innovaties mogelijk maken door met opdrachtgeverschap te werk te gaan.  Bewoners moeten vanaf het begin betrokken kunnen worden.  Daarom moet je nu al waar het kan woningen gaan realiseren.

De mogelijkheden van een sterke lokale bedrijvigheid en daardoor ook een duurzame en zelfs circulaire woon/werkvorm kwam ook sterk naar voren. Juist omdat hier zowel bewoners als bedrijven naar elkaar kunnen groeien en daardoor een lokale economie kunnen opbouwen die binnen de donut blijft. Het Hembrugterrein als een soort speelterrein. Het is hier samen spelen, samen delen. Hier gaat de maximalisatie van woon- en werkgeluk boven het eigen belang. Het word een lokale democratie waar bewoners en bedrijven samen de verantwoordelijkheid nemen. Misschien zelfs door een raad voor woon- en werkgeluk op te richten. En hopelijk gaat het naar meer smaken, want hier kunnen we Zaanstad als woon-werkstad opnieuw uitvinden. Uiteindelijk was dat ook één van de centrale vragen van Zaanse geluiden voor deze week. Hoe kun je als woon/werkstad een gezonde economische ontwikkeling op gang brengen en hoe moet je dat dan vorm geven? Op het Hembrugterrein ligt het speelveld open. Hier kun je de stad van de toekomst vormgeven. Sterk geworteld in de Zaanse historie, en toch helemaal van de eenentwintigste eeuw. Gezond en bruisend. En in gesprek met elkaar. Dat kan dan mooi onder het genot van een cappuccino en een donut.

Verslag Een nieuwe economie? Een Donuteconomie! – 9 april 2018

Verslag Social Impact Bond voor ’t Lokaal – 11 april 2018

Verslag Donut-economie in de wijk: koken, eten, weten – 12 april 2018

Economische ontwikkeling

 

Verslag Krijg je er als bedrijventerrein opeens bewoners bij! – 13 april 2018

Verslag en ‘Spoken word’: Goed gesprek met (kinder)ombudsmannen over inclusieve stad? – 20 februari 2018

Wat vormt de inclusieve stad? Wat betekent het? En wat vraagt het van inwoners, organisaties, ondernemers en overheid? Dinsdagavond 20 februari was er een goed gesprek met Ombudsmannen Arre Zuurmond & Anne Martien van der Does en de introductie van de nieuwe Zaanse kinderombudsman medewerker Doby van den Eijkhof. Een kleine vijftig betrokken mensen luisterden en deden mee.

Drie ombudsmannen aan het woord

Inssaf Cherif is vanavond voorzitter. Zij doet een aftrap als het gaat om een Inclusieve stad: ‘Een stad waar iedereen zichzelf kan zijn en zich gewaardeerd voelt om wie hij/zij is en bijdraagt.

Arre Zuurmond

Arre Zuurmond, Anne Martien van der Does en Doby van den Eijkhof zijn ombudsmannen in de Metropoolregio Amsterdam. Zij vullen nog aan: in een inclusieve stad komt het ontwikkelingspotentieel van iedereen tot wasdom. Dit is niet alleen taak voor de gemeente, juist ook voor de gemeenschap. En als het kinderen betreft is het belangrijk dat iedereen op eigen wijze kan bijdragen aan en ook kan meebeslissen over beleid en praktijk.

Doby van den Eijkhof

Wat doet een Ombudsman eigenlijk? Als je het als burger oneens bent met beleid, dan richt je je tot de raad. Maar als je een klacht of vraag hebt over de uitvoering van beleid, dan kun je bij de Ombudsman terecht. De Ombudsman mag best een beetje eigen wijs zijn. En kan ook patronen ontdekken in klachten, om zo het beleid weer te verbeteren. “Want de beste klacht”, zo zegt Arre, “is een klacht die te voorkomen is.” Doby is het Zaanse sausje op het kinderombudswerk. Hij probeert kinderen, ouders, gemeente en meer te verbinden om samen oplossingen te bedenken.

De gemeente wil nog wel eens werken met strakke protocollen en criteria. Zo bestaan er werkenden en uitkeringsgerechtigden. Dit terwijl mensen die niet volledig kunnen werken ongelooflijk waardevol kunnen zijn voor de samenleving en hiermee betekenisvol leven. Dit noemt Arre social injustice, want groepen worden zo uitgesloten van de samenleving. Anne Martien benadrukt het belang van het binnen sluiten van kinderen. Zo mag de bestedingsruimte van ouders het meegaan met een schoolreisje nooit in de weg staan; hier moeten we samen wat op verzinnen.

De ombudsman komt in beeld als er al sprake is van een conflict. Vooral de Kinderombudsman hamert op het vroegtijdig in gesprek gaan met kinderen. En het gesprek ook breder en dieper laten zijn dan het gedrag in de klas of thuis, bij verzuim. Kinderen kunnen vaak juist een leidraad zijn voor het voorkomen of wegnemen van een conflict.

We laten een filmpje zien van de ochtend over diversiteit. Anne Martien bevestigt het belang van een uitwisseling tussen stad en stadhuis, burger en ambtenaar. Dit geeft een totaalplaatje van een situatie of vraagstuk. Arre ziet graag dat iedereen in zijn/haar waarde wordt gelaten, juist ook als iemand heel bijzonder is en misschien niet altijd in een hokje past. En Doby maakt het tastbaar: een inclusieve samenleving begint bij elkaar groeten en elkaar weten te vinden en te spreken. Taal is soms een barrière, terwijl het ons zou moeten verbinden. “Gemeente vinden hun eigen logica vaak zo logisch”, verzucht Arre. Terwijl een bakker brood bakt, een kapper knipt. En de administratie er dan vaak bij inschiet.

De Gemeenteraad heeft al een Ombudsman aangesteld! Nu nog deze ten volle benutten. De gemeenteraad bevestigt vaak bestaande hokjes, terwijl het moet gaan over het maatschappelijk effect van overheidsingrijpen. De raadscommissies volgen de bestaande structuur, maar zou maatschappelijke thema’s centraal moeten stellen. En het advies van medewerkers en bewoners ter harte nemen. Iemand uit de zaal voegt hier nog aan toe dat de gemeenteraad budgetrecht heeft en dit kan inzetten om haar medewerkers meer buiten aan het werk te zetten.

We gaan in vier themagroepen uiteen. Een korte impressie van de uitkomsten:

In de Jeugdzorg begint alles bij vertrouwen. Vertrouwen van de kinderen, van de ouders. Dan speelt communicatie een ongelooflijk belangrijke rol. Probeer goed naar elkaar te luisteren, vragen te stellen in plaats van oordelen te vellen. En de samenwerking kan nog beter en vroeger, tussen school, thuis, ervaringsdeskundigen, vrijwilligers, de ombudsman, de gemeente en zorginstellingen. Een gemeenschappelijk doel en inzet op versterking van het gezin helpt hierbij.

Diversiteit begint bij het groeten van elkaar en het elkaar leren kennen, verbindingen maken. In 2022 zien we graag het gemeentelijk beleid en de gemeentelijke organisatie, maar ook diverse andere organisaties, diverser en daarmee krachtiger.

We zijn ons er van bewust dat eenzaamheid in alle groepen en levensfasen kan voorkomen en verschillend kan worden ervaren en geuit. Het betekent dat we nu al moeten investeren in de jeugd: kijk een som je heen, bekommer je om elkaar. Eenzaamheid maakt een samenleving loodzwaar, dus we streven naar: een eenzaamheidsneutraal Zaanstad. Alle ideeën en bijdragen helpen hieraan mee.

In 2022 kijkt de gemeente en ook gemeenschap compleet anders naar werk. Werk betekent dat je iets bijdraagt aan de samenleving; een bijdrage die wordt gewaardeerd. Het Basisinkomen kan iets zijn dat iedereen een zetje geeft naar daadwerkelijk ondernemerschap. We beginnen morgen; iedereen kan iets bijdragen aan de discussie en aan de samenleving. Voor alle veranderingen in werk richten we een Zaanpool op, waardoor werknemers en werkgevers kunnen meebewegen.

Luan vertelt ons het verhaal van zijn vader, die geen vader kon zijn. En van een vriend, die niet mee kan komen in de vaart der volkeren. Zijn boodschap: laten we met liefde naar elkaar omkijken, elkaar insluiten.

Klik hier voor de video met een Spoken word

Een inclusieve stad is een stad voor iedereen. Een stad waar creativiteit en diversiteit gestimuleerd wordt. Een plek waar niemand wordt buitengesloten, aldus Luan Buleshkaj

https://youtu.be/mbRwlZDcZVI

Spoken word van Luan Buleshkaj

Luan Buleshkaj is in 2012 begonnen met spoken word/poetry slam. De Albanese Amsterdammer maakte daarvoor vooral naam als battlerapper bij het platform ‘Punchout Battles’. Sinds Luan entree maakte in de poëziewereld stond hij al op vele podia in Nederland. Denk aan Mensen Zeggen Dingen, Woorden Worden Zinnen, Paginagroots & Poetry International. Luan was in september 2015 huisdichter bij het programma CritiX op FunX. Tevens gaf hij 2 jaar lang elke maandagavond workshops aan vluchtelingen in het AZC te Utrecht. Luab was tijdens het EK 2016 op de NOS te zien als analist van de wedstrijden van Albanië, waarna hij de avonden afsloot met een spoken word-stuk. Hij staat vooral bekend om zijn woordspelingen en gevoel voor improvisatie en is tegenwoordig host van Mensen Zeggen Dingen in Paradiso.

Themaweek Inclusieve Stad
19 tm 22 februari 2018

Video en verslag Uitdaging hoe blijf je gezond? – 19 februari 2018

Wensvideo en opbrengst ideeën Onze stad voor iedereen/Maak het verschil – 20 februari 2018

Verslag Haal het talent naar boven – 21 februari 2018

Verslag en video Haal ze er weer bij – 22 februari 2018

Verslag Ontmoetingen in de wijk – 19 t/m 24 februari 2018

In gesprek met Zaanstad

We zijn op zoek naar jouw Zaanse geluid! We organiseren themaweken met werksessies, lezingen, buurtmaaltijden en ontmoetingen in de wijk. De thema’s zijn Duurzaamheid, Inclusieve stad, Verstedelijking en Economische ontwikkeling.

We willen in gesprek met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Wat vinden we in Zaanstad belangrijk voor de komende jaren?

Samen onderzoeken we wat de urgente uitdagingen en hoe we dit samen aanpakken, hoe we elkaar versterken en samen versnellen.

We doen dit omdat de uitdagingen waar we voor staan vragen om nieuwe vormen van samenwerken.

Kom en denk mee!

Themaweken

Week Duurzaamheid – 6 t/m 9 februari 2018

Week Inclusieve stad/Maak het verschil – 19 t/m 23 februari 2018

Week Verstedelijking – 12 t/m 16 maart 2018

Week Economische ontwikkeling – 9 t/m 13 april 2018

De organisator van Zaanse geluiden is Platform Aan de Zaan, ondersteund door gemeente Zaanstad en alle netwerken en organisaties die zich willen aansluiten.

In gesprek met Zaanstad